Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Gezagsbeslissingen minderjarigen. Internationale bevoegdheid Nederlandse rechter. Gewone…
Hoge Raad, 28 maart 2014
ECLI:NL:HR:2014:744 · Hoge Raad · 28 maart 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2014-744
Zaakgegevens
Op 28 maart 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 maart 2014
- Datum publicatie
- 27 maart 2014
- Zaaknummer
- 13/03777
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. S Kousedghi, mr. M.A.J.G Janssen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:744
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Gezagsbeslissingen minderjarigen. Internationale bevoegdheid Nederlandse rechter. Gewone verblijfplaats kind op tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt; art. 8 lid 1 Brussel II-bis.
Procesgang
Rechtbank 's-Hertogenbosch · 20 december 2012
ECLI:NL:RBSHE:2012:BY7967Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 februari 2014
ECLI:NL:PHR:2014:74Hoge Raad · 28 maart 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:744
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
28 maart 2014
Eerste Kamer
nr. 13/03777
EV/NH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de moeder],
wonende te Israël,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. S. Kousedghi,
t e g e n
1. [de vader],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. M.A.J.G. Janssen,
2. RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING ’S-HERTOGENBOSCH,
BELANGHEBBENDE in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de vader.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 246521/FA RK 12-2169 van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 21 september 2012 en 20 december 2012;
b. de beschikking in de zaak 200.119.623/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 2 mei 2013.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vader heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de moeder heeft bij brief van 28 februari 2014 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 28 maart 2014.