Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Invordering bestuursrechtelijke dwangsommen. Misbruik van bevoegdheid of anderszins in…
Hoge Raad, 18 april 2014
ECLI:NL:HR:2014:944 · Hoge Raad · 18 april 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2014-944
Zaakgegevens
Op 18 april 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 april 2014
- Datum publicatie
- 17 april 2014
- Zaaknummer
- 13/01243
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.F. Thunnissen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:944
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Invordering bestuursrechtelijke dwangsommen. Misbruik van bevoegdheid of anderszins in strijd met recht? Toerekening gedragingen bestuurder van verschillende vennootschappen. Selectieve handhaving? Voorwaardelijk verzoek om pleidooi gepasseerd.
Procesgang
Rechtbank Arnhem · 14 januari 2009
ECLI:NL:RBARN:2009:BH0202Gerechtshof Arnhem · 11 december 2012
ECLI:NL:GHARN:2012:BY6098Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 februari 2014
ECLI:NL:PHR:2014:78Hoge Raad · 18 april 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:944
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
18 april 2014
Eerste Kamer
nr. 13/01243
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
BPN B.V., tevens handelende onder de naam [A],
gevestigd te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. R.F. Thunnissen,
t e g e n
DE GEMEENTE BARNEVELD,
zetelende te Barneveld,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. M.E. Gelpke en mr. R.L. de Graaff.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als BBI en de Gemeente.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 170714/HA ZA 08-937 van de rechtbank Arnhem van 13 augustus 2008 en 14 januari 2009;
b. het arrest in de zaak 200.034.749 van het gerechtshof te Arnhem van 11 december 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft BBI beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het eerste, tweede en derde cassatiemiddel en tot referte ten aanzien van het vierde cassatiemiddel.
De zaak is voor de Gemeente toegelicht door haar advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping.
De advocaat van BBI heeft bij brief van 27 februari 2014 op die conclusie gereageerd.
Partijen hebben na de conclusie gelegenheid, in beginsel binnen twee weken nadat de conclusie, al naar de aard van het geding, ter rolle is genomen dan wel aan partijen is verzonden, daarop te reageren. De eisen van een goede procesorde brengen evenwel mee dat, nadat de conclusie is genomen, geen plaats is voor voortzetting van het debat van partijen en dat het in beginsel dient te gaan om een beknopte reactie op de inhoud van de conclusie. Een uitvoeriger reactie is slechts gerechtvaardigd, voor zover de conclusie elementen bevat die ten opzichte van het eerdere processuele debat nieuw zijn, zodat in de reactie daarop niet kan worden verwezen naar eerder aangevoerde stellingen.
Nu de conclusie van de Advocaat-Generaal zodanige elementen niet bevat, is de onderhavige reactie, die geenszins als een beknopte reactie valt aan te merken, in strijd met de eisen van een goede procesorde. De Hoge Raad zal dan ook op de reactie van de advocaat van BBI geen acht slaan.
3 Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt BBI in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 818,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 18 april 2014.