Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Vennootschapsrecht. Waardering aandelen in verband met vordering tot uittreding, art. 2:343…
Hoge Raad, 18 april 2014
ECLI:NL:HR:2014:945 · Hoge Raad · 18 april 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2014-945
Zaakgegevens
Op 18 april 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 april 2014
- Datum publicatie
- 17 april 2014
- Zaaknummer
- 13/01655
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.S. Kamminga
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:945
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Vennootschapsrecht. Waardering aandelen in verband met vordering tot uittreding, art. 2:343 BW. Benoeming deskundige, doorbreking rechtsmiddelenverbod, art. 194 lid 2 Rv.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 21 februari 2012
ECLI:NL:GHAMS:2012:BV7345Gerechtshof Amsterdam · 4 december 2012
ECLI:NL:GHAMS:2012:BY8766Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 28 februari 2014
ECLI:NL:PHR:2014:110Hoge Raad · 18 april 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:945
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
18 april 2014
Eerste Kamer
nr. 13/01655
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiseres 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. US 3 HOLDING B.V.,
gevestigd te Haarlem,
EISERESSEN tot cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga,
t e g e n
[verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] c.s. en [verweerster]
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 324751/HA ZA 08-3851 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 29 juli 2009, 30 december 2009, 22 september 2010 en 27 oktober 2010;
b. de arresten in de zaak 200.082.034/01 OK van het gerechtshof te Amsterdam van 21 februari 2012 en 4 december 2012.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof hebben [eiseres] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding en het herste-exploot zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 18 april 2014.