Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Gezondheidsrecht. Aansprakelijkheid ziekenhuis/arts voor medische kunstfout? Passeren…

Hoge Raad, 25 april 2014

Zaakgegevens

Op 25 april 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 april 2014
Datum publicatie
24 april 2014
Zaaknummer
12/01775
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
aanvankelijk mr. B.T.M van der Wiel, mr. K. Teuben
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:994
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Gezondheidsrecht. Aansprakelijkheid ziekenhuis/arts voor medische kunstfout? Passeren bewijsaanbod. Bewijswaardering. Feitelijke grondslag.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 20 december 2011

    ECLI:NL:GHAMS:2011:BU9425
  2. Conclusie A-G · 28 februari 2014

    ECLI:NL:PHR:2014:104
  3. Hoge Raad · 25 april 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:994

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

25 april 2014

Eerste Kamer

nr. 12/01775

EV/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. het rechtspersoonlijkheid bezittend ziekenhuis ACADEMISCH MEDISCH CENTRUM,
gevestigd te Amsterdam,

2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

advocaat: aanvankelijk mr. B.T.M. van der Wiel, thans mr. N.T. Dempsey,

t e g e n

[verweerder],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. K. Teuben.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als AMC c.s. en [verweerder].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 314730/HA ZA 05-1264 van de rechtbank Amsterdam van 3 augustus 2005 en 30 augustus 2006;

b. de arresten in de zaak 106.006.050/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 27 oktober 2009, 27 april 2010 en 20 december 2011.

Het arrest van het hof van 20 december 2011 is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 20 december 2011 hebben AMC c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor AMC c.s. mede door mr. D.A. van der Kooij, advocaat bij de Hoge Raad en voor [verweerder] mede door mr. K.J.O. Jansen, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van AMC c.s. heeft bij brief van 14 maart 2014 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt AMC c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 373,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, A.H.T. Heisterkamp, C.E. Drion en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 25 april 2014.