Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Verdeling nalatenschap. Wilsgebreken. Uitleg.

Hoge Raad, 25 april 2014

Zaakgegevens

Op 25 april 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 april 2014
Datum publicatie
24 april 2014
Zaaknummer
13/01103
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. P.J.Ph Dietz de Loos, mr. P.J.L.J. Duijsens
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:995
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Verdeling nalatenschap. Wilsgebreken. Uitleg.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Gravenhage · 27 november 2012

    ECLI:NL:GHSGR:2012:BY9821
  2. Conclusie A-G · 14 maart 2014

    ECLI:NL:PHR:2014:187
  3. Hoge Raad · 25 april 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:995

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

25 april 2014

Eerste Kamer

nr. 13/01103

LZ/LH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos,

t e g e n

[verweerder],
wonende te [woonplaats], Verenigde Staten van Amerika,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 228278/HA ZA 04-3082 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 25 april 2007 en 23 juli 2008;

b. het arrest in de zaak 200.017.448 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 27 november 2012.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.

De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 27 maart 2014 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 818,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 25 april 2014.