Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Koop; doorverkoop. Recht van reclame (art. 7:42 lid 1 BW), onderzoeksplicht derde?…
Hoge Raad, 29 mei 2015
ECLI:NL:HR:2015:1402 · Hoge Raad · 29 mei 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2015-1402
Zaakgegevens
Op 29 mei 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 mei 2015
- Datum publicatie
- 29 mei 2015
- Zaaknummer
- 14/00364
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. D.Th.J van der Klei, mr. J.H.M. van Swaaij
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2015:1402
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Koop; doorverkoop. Recht van reclame (art. 7:42 lid 1 BW), onderzoeksplicht derde? Eigendomsvoorbehoud. Pauliana (art. 3:45 BW). Passeren beroep op onrechtmatige daad en bewijsaanbod.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 3 april 2015
ECLI:NL:PHR:2015:408Hoge Raad · 29 mei 2015deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2015:1402
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
29 mei 2015
Eerste Kamer
14/00364
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiseres 1],
2. [eiseres 2],
beide gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERESSEN tot cassatie, verweersters in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. D.Th.J. van der Klei,
t e g e n
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERDERS in cassatie, eisers in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseressen] en [verweerders]
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 361712/HA ZA 10-1008 van de rechtbank 's-Gravenhage van 23 juni 2010 en 13 april 2011;
b. de arresten in de zaak 200.092.862/01 van het gerechtshof Den Haag van 1 november 2011 en 3 september 2013.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 3 september 2013 hebben [eiseressen] beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben geconcludeerd tot verwerping en voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
[eiseressen] hebben geconcludeerd tot niet ontvankelijkheid althans tot verwerping van het incidentele beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep.
De advocaat van [eiseressen] heeft bij brief van 17 april 2015 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van de middelen in het principale beroep
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu de middelen in het principale beroep falen, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [eiseressen] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 390,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, G. Snijders, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 29 mei 2015.