Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Vernietigbaarheid bindend advies (art. 7:904 lid 1 BW).

Hoge Raad, 26 juni 2015

Zaakgegevens

Op 26 juni 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26 juni 2015
Datum publicatie
25 juni 2015
Zaaknummer
14/02694
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. H.L. van Lookeren Campagne
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:1739
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Vernietigbaarheid bindend advies (art. 7:904 lid 1 BW).

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 28 januari 2014

    ECLI:NL:GHAMS:2014:957
  2. Conclusie A-G · 10 april 2015

    ECLI:NL:PHR:2015:416
  3. Hoge Raad · 26 juni 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:1739

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

26 juni 2015

Eerste Kamer

nr. 14/02694

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. H.L. van Lookeren Campagne,

t e g e n

De coöperatie COÖPERATIEVE RABOBANK KOP VAN NOORDHOLLAND U.A., rechtsopvolgster onder algemene titel van Coöperatieve Rabobank Schagen-Wieringerland U.A.,
gevestigd te Den Helder,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Rabobank.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak 412020 \ CV EXPL 12-4140 WD van de kantonrechter te Alkmaar van 28 november 2012;

b. het arrest in de zaak 200.124.805/01 van het gerechtshof Amsterdam van 28 januari 2014.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van de kantonrechter en het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen Rabobank is verstek verleend.

De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.

Nadat de stukken waren gefourneerd en arrest was gevraagd, zijn namens [eiser] stukken overgelegd die niet behoren tot de stukken van het geding als bedoeld in art. 419 lid 2 Rv. Nu deze stukken zijn ingediend na de sluiting van de behandeling van de zaak, heeft de Hoge Raad deze terzijde gelegd.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in zijn cassatieberoep, voor zover gericht tegen het vonnis van de rechtbank Alkmaar, sector kanton, van 28 november 2012, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

3 Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rabobank begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 26 juni 2015.