Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Terugvordering van koopsom die op rekening van derde is betaald. Is…
Hoge Raad, 26 juni 2015
ECLI:NL:HR:2015:1744 · Hoge Raad · 26 juni 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2015-1744
Zaakgegevens
Op 26 juni 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 juni 2015
- Datum publicatie
- 25 juni 2015
- Zaaknummer
- 14/03085
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.J.E. Harmsen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2015:1744
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Terugvordering van koopsom die op rekening van derde is betaald. Is derde partij bij koopovereenkomst? (Bevrijdende) betaling, art.6:32-34 BW. Onverschuldigde betaling, art. 6:203 BW. Ongerechtvaardigde verrijking, art. 6:212 BW.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 25 februari 2014
ECLI:NL:GHDHA:2014:318Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 1 mei 2015
ECLI:NL:PHR:2015:574Hoge Raad · 26 juni 2015deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2015:1744
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
26 juni 2015
Eerste Kamer
nr. 14/03085
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
mr. Jan Jaap SCHELLING, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1], h.o.d.n. tandartsenpraktijk [A],
gevestigd te Rotterdam,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M.J.E. Harmsen,
t e g e n
[verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de curator en [verweerster].
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 88059 \ HA ZA 10-2583 van de rechtbank Dordrecht van 27 oktober 2010 en 5 oktober 2011;
b. het arrest in de zaak 200.098.178/01 van het gerechtshof Den Haag van 4 maart 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de curator beroep in cassatie ingesteld. [verweerster] heeft een anticipatie-exploot uitgebracht. De cassatiedagvaarding en het anticipatie-exploot zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De zaak is voor de curator toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 26 juni 2015.