Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Vernietiging koopovereenkomst wegens dwaling omtrent betalingsachterstanden huurders…
Hoge Raad, 30 januari 2015
ECLI:NL:HR:2015:180 · Hoge Raad · 30 januari 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2015-180
Zaakgegevens
Op 30 januari 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 30 januari 2015
- Datum publicatie
- 30 januari 2015
- Zaaknummer
- 13/06397
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2015:180
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Vernietiging koopovereenkomst wegens dwaling omtrent betalingsachterstanden huurders; mededelingsplicht, onderzoeksplicht, causaal verband. Samenhang met HR 11 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3765, NJ 2013/492.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 3 september 2013
ECLI:NL:GHARL:2013:6600Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 november 2014
ECLI:NL:PHR:2014:2118Hoge Raad · 30 januari 2015deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2015:180
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
30 januari 2015
Eerste Kamer
nr. 13/06397
JG/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiseres 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [eiseres 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. [eiser 3],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaten: mr. M.W. Scheltema en mr. K.J.O. Jansen,
t e g e n
VANO VASTGOED B.V.,
gevestigd te Nunspeet,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en Vano.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 157245/HZ ZA 09-637 van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 19 augustus 2009, 19 januari 2011, 14 december 2011, 20 juni 2012 en de rolbeslissing van 1 augustus 2012;
b. de arresten in de zaak 200.112.665/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 september 2013 en 8 oktober 2013.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Vano heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Vano mede door mr. M. Mussche.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 27 november 2014 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Vano begroot op € 818,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, A.H.T. Heisterkamp, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 30 januari 2015.