Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Verzekeraar weigert uitkering brandpolis; merkelijke schuld…
Hoge Raad, 10 juli 2015
ECLI:NL:HR:2015:1839 · Hoge Raad · 10 juli 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2015-1839
Zaakgegevens
Op 10 juli 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 juli 2015
- Datum publicatie
- 9 juli 2015
- Zaaknummer
- 14/02813
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. K Aantjes, mr. K. Teuben
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2015:1839
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Verzekeraar weigert uitkering brandpolis; merkelijke schuld (brandstichting) directeur verzekeringnemer? Bewijswaardering. Afwijzing verzoek om partijdeskundige te horen, art. 200 lid 1 Rv (art. 194 Rv).
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 2 februari 2010
ECLI:NL:GHAMS:2010:268Gerechtshof Amsterdam · 28 februari 2012
ECLI:NL:GHAMS:2012:437Gerechtshof Amsterdam · 9 oktober 2012
ECLI:NL:GHAMS:2012:2597Gerechtshof Amsterdam · 25 februari 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:565Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 mei 2015
ECLI:NL:PHR:2015:594Hoge Raad · 10 juli 2015deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2015:1839
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
10 juli 2015
Eerste Kamer
nr. 14/02813
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
TWICE-O B.V.,
gevestigd te Haarlem,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes,
t e g e n
1. DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERING N.V.,
gevestigd te AMSTERDAM,
2. NIEUWE HOLLANDSE LLOYD SCHADEVERZEKERINGMAATSCHAPPIJ N.V.,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaat: mr. K. Teuben.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Twice-O en de verzekeraars.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 243491/ H 02.1137 van de rechtbank Amsterdam van 12 november 2003, 17 maart 2004 en 6 juli 2005;
b. de arresten in de zaak 106.004.023/01 van het gerechtshof Amsterdam van 3 januari 2008, 2 februari 2010, 21 september 2010 28 februari 2012, 9 oktober 2012 en 25 februari 2014.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 25 februari 2014 heeft Twice-O beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De verzekeraars hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de verzekeraars mede door mr. K.J.O. Jansen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping.
De advocaat van Twice-O heeft bij brief van 22 mei 2015 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Twice-O in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de verzekeraars begroot op € 841,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 10 juli 2015.