Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Verdeling gemeenschappelijk aangekocht bedrijfspand. Belangenafweging; waardering feiten en…
Hoge Raad, 25 september 2015
ECLI:NL:HR:2015:2824 · Hoge Raad · 25 september 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2015-2824
Zaakgegevens
Op 25 september 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 september 2015
- Datum publicatie
- 24 september 2015
- Zaaknummer
- 14/05647
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A.H. Vermeulen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2015:2824
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verdeling gemeenschappelijk aangekocht bedrijfspand. Belangenafweging; waardering feiten en omstandigheden.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 15 juli 2014
ECLI:NL:GHARL:2014:5689Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 juni 2015
ECLI:NL:PHR:2015:1023Hoge Raad · 25 september 2015deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2015:2824
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
25 september 2015
Eerste Kamer
14/05647
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats], Zwitserland,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. A.H. Vermeulen,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/17/104205/HA ZA 10-373 van de rechtbank Leeuwarden van 10 november 2010, 19 januari 2011, 11 mei 2011, 11 januari 2012, 11 april 2012, 6 juni 2012 en van de rechtbank Noord-Nederland van 6 februari 2013;
b. het arrest in de zaak 200.126.645/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 juli 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 lid 1 RO.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 2 juli 2015 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 25 september 2015.