Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Overheidsaansprakelijkheid. Gebrekkig toezicht bij werkzaamheden in sluiscomplex. Causaal…
Hoge Raad, 25 september 2015
ECLI:NL:HR:2015:2845 · Hoge Raad · 25 september 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2015-2845
Zaakgegevens
Op 25 september 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 september 2015
- Datum publicatie
- 25 september 2015
- Zaaknummer
- 14/04742
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.W.H van Wijk, mr. M.J. Schenck
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2015:2845
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Overheidsaansprakelijkheid. Gebrekkig toezicht bij werkzaamheden in sluiscomplex. Causaal verband. Kelderluik-maatstaf. Richtlijnen Vaarwegen 2011. Relativiteit.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 10 juni 2014
ECLI:NL:GHSHE:2014:1734Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 juni 2015
ECLI:NL:PHR:2015:850Hoge Raad · 25 september 2015deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2015:2845
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
25 september 2015
Eerste Kamer
14/04742
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
de STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat),
zetelende te 's-Gravenhage,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J.W.H. van Wijk,
t e g e n
ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Apeldoorn,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.J. Schenck.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Staat en Achmea.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 466082 CV EXPL 12-940 van de kantonrechter te Sittard van 27 februari 2013;
b. het arrest in de zaak HD 200.128.922/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 juni 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de Staat beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Achmea heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de Staat mede door mr. M.H.K. Jansen en voor Achmea mede door mr. G.J. Harryvan.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de Staat heeft bij brief van 19 juni 2015 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de Staat in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Achmea begroot op € 841,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-presiden F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, G. de Groot, M.V. Polak en V. van den Brink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 25 september 2015.