Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Bopz. Machtiging voortgezet verblijf, art. 15 Wet Bopz; voorwaarden. Moet na toepassing van…

Hoge Raad, 9 oktober 2015

Zaakgegevens

Op 9 oktober 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 oktober 2015
Datum publicatie
8 oktober 2015
Zaaknummer
15/02876
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. G.E.M. Later
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:3016
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Bopz. Machtiging voortgezet verblijf, art. 15 Wet Bopz; voorwaarden. Moet na toepassing van art. 8a Wet Bopz, dat niet tot gewijzigd verzoek leidt, nieuw onderzoek door onafhankelijke arts plaatsvinden?

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 31 juli 2015

    ECLI:NL:PHR:2015:2051
  2. Hoge Raad · 9 oktober 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:3016

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

9 oktober 2015

Eerste Kamer

15/02876

EE

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[betrokkene] ,
wonende te [woonplaats] ,

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. G.E.M. Later,

t e g e n

OFFICIER VAN JUSTITIE,
zetelende te ’s-Gravenhage,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.

1 Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/09/482437/FA RK 15-906 van de rechtbank Den Haag van 26 maart 2015.

De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van betrokkene heeft bij brief van 28 augustus 2015 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 9 oktober 2015.