Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Vervolg op HR 23 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ7064, NJ 2013/6. Berekeningen in verband…
Hoge Raad, 20 november 2015
ECLI:NL:HR:2015:3330 · Hoge Raad · 20 november 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2015-3330
Zaakgegevens
Op 20 november 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 november 2015
- Datum publicatie
- 19 november 2015
- Zaaknummer
- 14/04456
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.M. Hermans
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2015:3330
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Vervolg op HR 23 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ7064, NJ 2013/6. Berekeningen in verband met vaststelling definitieve koopprijs bedrijfspand. Berekening te verrekenen verliezen. Deskundigenbericht. Grenzen rechtsstrijd.
Procesgang
Uitspraak · 2014
ECLI:NL:GHARL:2014:1933Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 september 2015
ECLI:NL:PHR:2015:2272Hoge Raad · 20 november 2015deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2015:3330
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
20 november 2015
Eerste Kamer
14/04456
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiseres 1],
2. [eiser 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. R.M. Hermans,
t e g e n
RU-PRO HOLDING B.V.,
gevestigd te Tilburg,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers] en Ru-Pro.
1 Het geding
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het arrest in de zaak 10/00767 ECLI:NL:HR:2011:BQ7064, NJ 2013/6 van de Hoge Raad van 23 september 2011;
b. de arresten in de zaak 200.098.580 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 januari 2012, 25 september 2012, 12 februari 2013 en 11 maart 2014.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het tweede geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof van 12 februari 2013 en 11 maart 2014 hebben [eisers] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Ru-Pro is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping.
De advocaat van [eisers] heeft bij brief van 1 oktober 2015 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Ru-Pro begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter, en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak, V. van den Brink en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 20 november 2015.