Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Vervoerrecht. Bewijslastverdeling bij beoordeling of vervoerder het mee teruggenomen…
Hoge Raad, 27 november 2015
ECLI:NL:HR:2015:3398 · Hoge Raad · 27 november 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2015-3398
Zaakgegevens
Op 27 november 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 november 2015
- Datum publicatie
- 26 november 2015
- Zaaknummer
- 14/05434
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. S Kousedghi, mr. R.F. Thunnissen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2015:3398
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Vervoerrecht. Bewijslastverdeling bij beoordeling of vervoerder het mee teruggenomen verpakkingsmateriaal (“fust”) heeft afgeleverd bij de afzender.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 22 juli 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:2911Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 2 oktober 2015
ECLI:NL:PHR:2015:2046Hoge Raad · 27 november 2015deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2015:3398
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
27 november 2015
Eerste Kamer
14/05434
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
statutair gevestigd te [vestigingsplaats], kantoorhoudende te [plaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. S. Kousedghi,
t e g e n
[verweerder] handelende onder de naam [A],
wonende en gevestigd te [plaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. R.F. Thunnissen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder].
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 555133 / CV EXPL 12-5458 van de kantonrechter te Haarlem van 21 november 2012 en 17 juli 2013;
b. het arrest in de zaak 200.134.403/01 van het gerechtshof Amsterdam van 22 juli 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 16 oktober 2015 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 390,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 27 november 2015.