Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Huwelijksgoederenrecht. Erfrecht. Vergoeding voor gemist rendement over niet eerder…
Hoge Raad, 18 december 2015
ECLI:NL:HR:2015:3612 · Hoge Raad · 18 december 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2015-3612
Zaakgegevens
Op 18 december 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 december 2015
- Datum publicatie
- 17 december 2015
- Zaaknummer
- 14/04374
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.E.M.G. Peletier
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2015:3612
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Huwelijksgoederenrecht. Erfrecht. Vergoeding voor gemist rendement over niet eerder afgewikkelde huwelijksgoederengemeenschap. Ingangsdatum wettelijke rente.
Procesgang
Uitspraak · 2013
ECLI:NL:GHAMS:2013:1396Uitspraak · 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:1359Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 oktober 2015
ECLI:NL:PHR:2015:2087Hoge Raad · 18 december 2015deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2015:3612
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
18 december 2015
Eerste Kamer
14/04374
RM/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser] ,
wonende te [plaats] ,
EISER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier,
t e g e n
1. [verweerder 1] ,
wonende te [plaats],
2. [verweerster 2] ,
wonende te [plaats] ,
VERWEERDERS in cassatie, eisers in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaten: mr. R.L. Bakels en mr. A. van Staden ten Brink,
3. [verweerster 3] ,
wonende te [plaats] ,
4. [verweerster 4] ,
wonende te [plaats] ,
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Eiser zal hierna ook worden aangeduid als [eiser] en verweerders als respectievelijk [verweerder 1] , [verweerster 2] , [verweerster 3] en [verweerster 4] .
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 458108/HA ZA 10/1479 van de rechtbank Amsterdam van 21 juli 2010 en 2 november 2011;
b. de arresten in de zaak 200.101.859/01 van het gerechtshof Amsterdam van 7 mei 2013 en 22 april 2014.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof van 7 mei 2013 en 22 april 2014 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. [verweerder 1] en [verweerster 2] hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
Tegen [verweerster 3] en [verweerster 4] is verstek verleend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het principaal beroep en tot het buiten behandeling laten van het incidenteel cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 23 oktober 2015 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder 1] en [verweerster 2] begroot op € 1.991,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris en aan de zijde van [verweerster 3] en [verweerster 4] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 18 december 2015.