Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid, art. 2:248 BW. Ontzenuwing vermoeden (lid 2). Passeren…
Hoge Raad, 18 december 2015
ECLI:NL:HR:2015:3622 · Hoge Raad · 18 december 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2015-3622
Zaakgegevens
Op 18 december 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 december 2015
- Datum publicatie
- 17 december 2015
- Zaaknummer
- 14/04931
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.E Bruning, mr. R.L. Bakels
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2015:3622
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid, art. 2:248 BW. Ontzenuwing vermoeden (lid 2). Passeren bewijsaanbod en overlegging administratie.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 6 november 2012
ECLI:NL:GHAMS:2012:3101Gerechtshof Amsterdam · 17 juni 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:2335Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 oktober 2015
ECLI:NL:PHR:2015:2221Hoge Raad · 18 december 2015deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2015:3622
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
18 december 2015
Eerste Kamer
14/04931
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M.E. Bruning,
t e g e n
mr. A.M.H.J.L. CLAUS, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] B.V. als opvolger van mr. N. Bakker sinds 13 mei 2014,
gevestigd en kantoorhoudende te Alkmaar,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. R.L. Bakels.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de curator.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 124453/HA ZA 10-1028 van de rechtbank Alkmaar van 23 februari 2011 en 28 september 2011;
b. de arresten in de zaak 200.103.439/01 van het gerechtshof Amsterdam van 6 november 2012 en 17 juni 2014.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 17 juni 2014 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De curator heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor de curator toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 6 november 2015 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 1.991,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 18 december 2015.