Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Effectenlease. Gebondenheid belegger aan aanvaarding ‘Dexia Aanbod’ als nadien…
Hoge Raad, 20 februari 2015
ECLI:NL:HR:2015:394 · Hoge Raad · 20 februari 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2015-394
Zaakgegevens
Op 20 februari 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 februari 2015
- Datum publicatie
- 19 februari 2015
- Zaaknummer
- 13/06201
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. L.E. Calis
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2015:394
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Effectenlease. Gebondenheid belegger aan aanvaarding ‘Dexia Aanbod’ als nadien effectenleaseovereenkomst op de voet van art. 1:88 en 1:89 BW is vernietigd? Vaststellingsovereenkomst (art. 7:900 BW), voortbouwende overeenkomst (art. 6:229 BW). Uitleg vaststellingsovereenkomst, Haviltex.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 januari 2015
ECLI:NL:PHR:2015:13Hoge Raad · 20 februari 2015deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2015:394
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
20 februari 2015
Eerste Kamer
nr. 13/06201
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiseres 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. L.E. Calis,
t e g e n
VARDE INVESTMENTS (IRELAND) LIMITED,
gevestigd te Dublin, Ierland,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en Varde.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 800510\CV EXPL 08-8011 van de kantonrechter te Leiden van 29 april 2009;
b. het arrest in de zaak 200.042.649/01 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 28 september 2010, waarbij [eiser 2] is toegelaten als gevoegde partij aan de zijde van [eiser];
c. het arrest in de zaak 200.042.649/03 van het gerechtshof Den Haag van 23 juli 2013.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen laatstgenoemd arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Varde is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 29 januari 2015 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Varde begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.A. Streefkerk, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 20 februari 2015.