Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomst tot overdracht assurantieportefeuille. Uitleg. Tekortkoming doordat een tot…
Hoge Raad, 6 maart 2015
ECLI:NL:HR:2015:525 · Hoge Raad · 6 maart 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2015-525
Zaakgegevens
Op 6 maart 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 maart 2015
- Datum publicatie
- 5 maart 2015
- Zaaknummer
- 14/01297
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.S Meijer, mr. D. Rijpma
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2015:525
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomst tot overdracht assurantieportefeuille. Uitleg. Tekortkoming doordat een tot het concern van de overdrager behorende verzekeringnemer de verzekering opzegt? Schade. Novum in cassatie.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 januari 2015
ECLI:NL:PHR:2015:28Hoge Raad · 6 maart 2015deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2015:525
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
6 maart 2015
Eerste Kamer
14/01297
EE/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
M SURE VERZEKERINGSDIENSTVERLENING B.V.,
gevestigd te Capelle aan den IJssel,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. R.S. Meijer,
t e g e n
[verweerster],
gevestigd te [plaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. D. Rijpma.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als M Sure en [verweerster].
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 351311/HA ZA 10-1018 van de rechtbank Rotterdam van 14 juli 2010, 26 oktober 2011 en 30 november 2011;
b. het arrest in de zaak 200.100.482/01 van het gerechtshof Den Haag van 3 december 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft M Sure beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor M Sure mede door mr. L.V. van Gardingen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van M Sure heeft bij brief van 6 februari 2015 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt M Sure in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 841,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 6 maart 2015.