Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Arubaanse zaak. Cassatieprocesrecht, aanvulling van gronden na verstrijken beroepstermijn…

Hoge Raad, 3 april 2015

Zaakgegevens

Op 3 april 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
3 april 2015
Datum publicatie
2 april 2015
Zaaknummer
14/00369
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. A.E.H van der Voort Maarschalk, mr. M.J. Schenck
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:819
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Arubaanse zaak. Cassatieprocesrecht, aanvulling van gronden na verstrijken beroepstermijn, apparaatsfout. Afgebroken onderhandelingen. Gerechtvaardigd vertrouwen in totstandkoming overeenkomst, essentiële voorwaarden. Grenzen van de rechtsstrijd. Heeft het hof verzuimd in te gaan op subsidiaire grondslag?

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 6 februari 2015

    ECLI:NL:PHR:2015:51
  2. Hoge Raad · 3 april 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:819

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

3 april 2015

Eerste Kamer

14/00369

LZ/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

ARFINET N.V.,
gevestigd in Aruba,

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. A.E.H. van der Voort Maarschalk,

t e g e n

HET UITVOERINGSORGAAN AZV,
zetelende in Aruba,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. M.J. Schenck.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Arfinet en AZV.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak A.R. no. 2378 van 2009 van het gerecht in eerste aanleg van Aruba van 24 november 2010;

b. de vonnissen in de zaak 52236 - H 331/11 van het gemeenschappelijk hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 14 augustus 2012, 20 november 2012 en 15 oktober 2013.

De vonnissen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het laatstgenoemde vonnis heeft Arfinet beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend cassatierekest zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.

AZV heeft verzocht het beroep te verwerpen en het aanvullend cassatierekest niet-ontvankelijk te verklaren.

Arfinet heeft verzocht het beroep tot niet-ontvankelijkverklaring te verwerpen.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor AZV mede door mr. L.J. Burgman.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping.

De advocaat van Arfinet heeft bij brief van 20 februari 2015 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt Arfinet in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van AZV begroot op € 841,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, G. de Groot en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 3 april 2015.