Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Vermogensrecht. Verdeling beperkte gemeenschap en financiële afwikkeling na beëindiging…

Hoge Raad, 10 juni 2016

Zaakgegevens

Op 10 juni 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 juni 2016
Datum publicatie
10 juni 2016
Zaaknummer
15/00815
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. M.A.R Schuckink Kool, mr. B.J. van Dorp
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:1166
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Vermogensrecht. Verdeling beperkte gemeenschap en financiële afwikkeling na beëindiging gezamenlijke exploitatie café. Schending van equality of arms door onvoldoende gelegenheid om boekhouding in te zien (art. 6 EVRM)?

Procesgang

  1. Uitspraak · 2014

    ECLI:NL:GHARL:2014:8248
  2. Conclusie A-G · 18 maart 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:140
  3. Hoge Raad · 10 juni 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:1166

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

10 juni 2016

Eerste Kamer

15/00815

EE/RB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. M.A.R. Schuckink Kool,

t e g e n

[verweerder] ,
handelend onder de naam Café Derat,
wonende te [woonplaats] ,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. B.J. van Dorp.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder] .

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 683901 UC EXPL 10-4323 He/511 van de kantonrechter te Utrecht van 30 juni 2010 en 6 oktober 2010;

b. de vonnissen in de zaak 294872/HA ZA 10-2202 van de rechtbank Utrecht van 17 november 2010, 20 april 2011, 26 oktober 2011 en 12 december 2012;

c. het arrest in de zaak 200.127.854 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 oktober 2014.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 7 april 2016 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 393,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 10 juni 2016.