Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige overheidsdaad. Verbod op handel in dierenporno (Wet van 4 maart 2010, Stb…

Hoge Raad, 8 juli 2016

Zaakgegevens

Op 8 juli 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 juli 2016
Datum publicatie
7 juli 2016
Zaaknummer
15/00828
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. P.J.Ph Dietz de Loos, mr. S.M. Kingma
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:1439
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige overheidsdaad. Verbod op handel in dierenporno (Wet van 4 maart 2010, Stb. 111). Ontneming van eigendom (art. 1 Eerste Protocol EVRM) dan wel onevenredig nadeel? Reikwijdte van de stelplicht.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 21 oktober 2014

    ECLI:NL:GHDHA:2014:4557
  2. Conclusie A-G · 13 mei 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:379
  3. Hoge Raad · 8 juli 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:1439

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

8 juli 2016

Eerste Kamer

15/00828

LZ/RB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos,

t e g e n

DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Veiligheid en Justitie),
zetelende te Den Haag,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. S.M. Kingma.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en de Staat.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 408064/HA ZA 11-2741 van de rechtbank Den Haag van 1 augustus 2012 en 9 januari 2013;

b. het arrest in de zaak 200.126.688/01 van het gerechtshof Den Haag van 21 oktober 2014.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de Staat mede door mr. M.H.K. Jansen.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 25 mei 2016 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, G. Snijders, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 8 juli 2016.