Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Ontslag van bestuurder van stichting wegens wanbeheer (art. 12 Arubaanse Landsverordening…
Hoge Raad, 8 juli 2016
ECLI:NL:HR:2016:1508 · Hoge Raad · 8 juli 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2016-1508
Zaakgegevens
Op 8 juli 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 juli 2016
- Datum publicatie
- 12 juli 2016
- Zaaknummer
- 15/04196
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.J van Basten Batenburg, mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2016:1508
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Ontslag van bestuurder van stichting wegens wanbeheer (art. 12 Arubaanse Landsverordening op stichtingen). Bewijskracht van uitspraak van rechter in New Jersey, Verenigde Staten (art. 431 lid 2 Arubaans Rv; HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2838, NJ 2015/478). Passeren van aanbod tot het leveren van tegenbewijs (art. 130 lid 2 Arubaans Rv).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 mei 2016
ECLI:NL:PHR:2016:420Hoge Raad · 8 juli 2016deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2016:1508
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
8 juli 2016
Eerste Kamer
15/04196
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende in Canada,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg,
t e g e n
[verweerder],
wonende in de Verenigde Staten van Amerika,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en [verweerder].
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak nr. 125 van 2010 van het gerecht in eerste aanleg van Aruba van 27 mei 2010 en 11 maart 2014,
b. de beschikking in de zaak EJ 125/10 - Ghis 69488 - HAR 24/10 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 16 juni 2015.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 2 juni 2016 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 390,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 8 juli 2016.