Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Aannemingsovereenkomst. Project met meerwerk en onderaannemers. Geschil over afrekening na…
Hoge Raad, 16 september 2016
ECLI:NL:HR:2016:2116 · Hoge Raad · 16 september 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2016-2116
Zaakgegevens
Op 16 september 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 september 2016
- Datum publicatie
- 16 september 2016
- Zaaknummer
- 15/01833
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J. de Jong van Lier
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2016:2116
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Aannemingsovereenkomst. Project met meerwerk en onderaannemers. Geschil over afrekening na ontbinding overeenkomst en faillissement aannemer.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 28 januari 2014
ECLI:NL:GHARL:2014:529Uitspraak · 2014
ECLI:NL:GHARL:2014:9781Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 13 mei 2016
ECLI:NL:PHR:2016:380Hoge Raad · 16 september 2016deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2016:2116
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
16 september 2016
Eerste Kamer
15/01833
LZ/JS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
EBW INSTALLATIETECHNIEKEN B.V.,
gevestigd te Almere,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J. de Jong van Lier,
t e g e n
Pieter Tijmen PEL, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als EBW en de curator.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/06/78215/HA ZA 06-577 van de rechtbank Gelderland van 4 oktober 2006, 19 november 2008, 11 februari 2009, 21 juli 2010 en 17 april 2013;
b. de arresten in de zaak 200.132.425 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 januari 2014 en 16 december 2014.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 16 december 2014 heeft EBW beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding en het herstelexploot zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Tegen de curator is verstek verleend.
De zaak is voor EBW schriftelijke toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van EBW heeft bij brief van 26 mei 2016 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt EBW in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 16 september 2016.