Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Samenwerkingsovereenkomst tussen ziekenhuis en projectontwikkelaar; bouw…
Hoge Raad, 7 oktober 2016
ECLI:NL:HR:2016:2282 · Hoge Raad · 7 oktober 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2016-2282
Zaakgegevens
Op 7 oktober 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 oktober 2016
- Datum publicatie
- 6 oktober 2016
- Zaaknummer
- 15/02490
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.W Scheltema, mr. R.P.J.L Tjittes
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2016:2282
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Samenwerkingsovereenkomst tussen ziekenhuis en projectontwikkelaar; bouw van zorghotel op ziekenhuisterrein. Buitengerechtelijke ontbinding; wie was in verzuim? Verwijzing naar schadestaatprocedure.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 24 februari 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:597Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 juni 2016
ECLI:NL:PHR:2016:554Hoge Raad · 7 oktober 2016deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2016:2282
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
7 oktober 2016
Eerste Kamer
15/02490
AS/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
ACADEMISCH MEDISCH CENTRUM,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema,
t e g e n
[verweerster], voorheen handelende onder de naam [A] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
Advocaat: mr. R.P.J.L Tjittes.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als AMC en [verweerster].
1 Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 452142/HA ZA 10-666 van de rechtbank te Amsterdam van 16 juni 2010 en 6 april 2011;
b. het arrest in de zaak 200.092.937/01 van het gerechtshof Amsterdam van 24 februari 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft AMC beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [verweerster] mede door mr. P.J. Tanja.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping.
De advocaat van AMC heeft bij brief van 8 juli 2016 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt AMC in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, G. de Groot en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 7 oktober 2016.