Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Opdracht. Fouten bij administratie afdrachtverminderingen door gemeente.
Hoge Raad, 12 februari 2016
ECLI:NL:HR:2016:232 · Hoge Raad · 12 februari 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2016-232
Zaakgegevens
Op 12 februari 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 februari 2016
- Datum publicatie
- 12 februari 2016
- Zaaknummer
- 14/05873
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J de Jong van Lier, mr. H.J.W. Alt
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2016:232
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Opdracht. Fouten bij administratie afdrachtverminderingen door gemeente.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 13 november 2015
ECLI:NL:PHR:2015:2330Hoge Raad · 12 februari 2016deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2016:232
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
12 februari 2016
Eerste Kamer
14/05873
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
GEMEENTE HENGELO,
zetelende te Hengelo,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J. de Jong van Lier,
t e g e n
STICHTING OPENBAAR PRIMAIR ONDERWIJS ALMELO,
gevestigd te Almelo,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Gemeente en OPOA.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 115159/HA ZA 10-1050 van de rechtbank Almelo van 21 september 2011;
b. de arresten in de zaak 200.097.975 en 200.098.110 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 augustus 2012, 26 maart 2013, 24 december 2013 en 12 augustus 2014.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof van 24 december 2013 en 12 augustus 2014 heeft de Gemeente beroep in cassatie ingesteld. OPOA heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep en OPOA vordert wettelijke rente over de toe te wijzen proceskosten.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van de Gemeente heeft bij brief van 26 november 2015 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van OPOA begroot op € 6.467,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 12 februari 2016.