Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. WSNP. Afwijzing toelatingsverzoek. Geen minnelijk traject gevolgd (art. 285 lid 1, onder f…
Hoge Raad, 14 oktober 2016
ECLI:NL:HR:2016:2343 · Hoge Raad · 14 oktober 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2016-2343
Zaakgegevens
Op 14 oktober 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 oktober 2016
- Datum publicatie
- 13 oktober 2016
- Zaaknummer
- 16/03246
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- aanvankelijk mr. P.J.Ph. Dietz de Loos
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2016:2343
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. WSNP. Afwijzing toelatingsverzoek. Geen minnelijk traject gevolgd (art. 285 lid 1, onder f, Fw). Schuldsaneringsregeling binnen de termijn van tien jaar al op verzoekster van toepassing geweest (art. 288 lid 2, aanhef en onder d, Fw).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 augustus 2016
ECLI:NL:PHR:2016:909Hoge Raad · 14 oktober 2016deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2016:2343
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
14 oktober 2016
Eerste Kamer
16/03246
AS/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P.J.Ph. Dietz de Loos, thans mr. K. Aantjes.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/10/496974/FT EA 16/574 van de rechtbank Rotterdam van 25 april 2016.
b. het arrest in de zaak 200.190.349/01 van het gerechtshof Den Haag van 21 juni 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 14 oktober 2016.