Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Afwikkeling nalatenschap. Schadevordering wegens blokkering van de mogelijkheid tot…

Hoge Raad, 14 oktober 2016

Zaakgegevens

Op 14 oktober 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 oktober 2016
Datum publicatie
13 oktober 2016
Zaaknummer
15/02753
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. B.T.M van der Wiel, mr. T.T. van Zanten
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:2346
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Afwikkeling nalatenschap. Schadevordering wegens blokkering van de mogelijkheid tot levering van onroerende zaak aan derde. Onrechtmatig handelen door verkrijging van rechten van hypotheek? Verdeling van de schade (art. 6:101 BW). Samenhang met 15/02858, 15/02860 en 15/02861.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 10 maart 2015

    ECLI:NL:GHARL:2015:1702
  2. Conclusie A-G · 8 juli 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:841
  3. Conclusie A-G · 8 juli 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:843
  4. Hoge Raad · 14 oktober 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:2346

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

  5. Hoge Raad · 14 oktober 2016

    ECLI:NL:HR:2016:2372

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

14 oktober 2016

Eerste Kamer

15/02753

EE/LZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,

EISER tot cassatie, verweerder in het (deels voorwaardelijke) incidentele cassatieberoep,

advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel,

t e g e n

1. [verweerder 1] ,
wonende te [woonplaats] ,

2. erfgenamen [A] ,
wonende te [woonplaats] ,

3. [verweerder 3] ,
wonende te [woonplaats] ,

4. [verweerster 4] ,
wonende te [woonplaats] ,

VERWEERDERS in cassatie, eisers in het (deels voorwaardelijke) incidentele cassatieberoep,

advocaat: mr. T.T. van Zanten.

Eiser tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [eiser] en verweerders in cassatie als [verweerder] c.s.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak C/05/241399/HA ZA 13-217 van de rechtbank Gelderland van 26 juni 2013, 7 augustus 2013 en 5 februari 2014;

b. het arrest in de zaak 200.148.256 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 maart 2015.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. [verweerder] c.s. hebben (deels voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord houdende (deels voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt in het principale cassatieberoep en in het incidentele cassatieberoep tot verwerping.

De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 22 juli 2016 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen in het principale en in het (deels voorwaardelijke) incidentele beroep

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

in het principale beroep:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 845,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;

in het incidentele beroep:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [verweerder] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [verweerder] c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 14 oktober 2016.