Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Schadestaatprocedure na onrechtmatig verklaarde uitlatingen over…
Hoge Raad, 28 oktober 2016
ECLI:NL:HR:2016:2449 · Hoge Raad · 28 oktober 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2016-2449
Zaakgegevens
Op 28 oktober 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 oktober 2016
- Datum publicatie
- 28 oktober 2016
- Zaaknummer
- 15/02863
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. F.E Vermeulen, mr. M.J. Schenck
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2016:2449
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Schadestaatprocedure na onrechtmatig verklaarde uitlatingen over waterfiltersystemen. Ontbrekend causaal verband tussen normschending en beslissing grootafnemer om het product niet meer af te nemen.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 2 september 2016
ECLI:NL:PHR:2016:869Hoge Raad · 28 oktober 2016deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2016:2449
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
28 oktober 2016
Eerste Kamer
15/02863
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
HOLLAND WATERFILTRATION SYSTEMS B.V.,
gevestigd te Utrecht,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. F.E. Vermeulen,
t e g e n
VITENS N.V.,
gevestigd te Zwolle,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.J. Schenck.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als HWS en Vitens.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 396467/HA ZA 11-1787 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 21 september 2011, 31 oktober 2012 en 5 december 2012;
b. het arrest in de zaak 200.127.852/01 van het gerechtshof Den Haag van 14 oktober 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft HWS beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Vitens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor Vitens toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van HWS heeft bij brief van 16 september 2016 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt HWS in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Vitens begroot op € 6.524,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.V. Polak, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 28 oktober 2016.