Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. BOPZ. Machtiging tot voortgezet verblijf. Is sprake van verblijf in een ziekenhuis indien…

Hoge Raad, 2 december 2016

Zaakgegevens

Op 2 december 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
2 december 2016
Datum publicatie
1 december 2016
Zaaknummer
16/04317
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. J. van Weerden
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:2753
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. BOPZ. Machtiging tot voortgezet verblijf. Is sprake van verblijf in een ziekenhuis indien betrokkene overdag niet in het ziekenhuis verblijft en (behalve op zaterdag) alleen in het ziekenhuis overnacht?

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 12 oktober 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:1190
  2. Hoge Raad · 2 december 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:2753

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

2 december 2016

Eerste Kamer

16/04317

LZ/IF

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[betrokkene] ,
wonende te [woonplaats] ,

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. J. van Weerden,

t e g e n

de OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT DEN HAAG,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.

1 Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/09/510438 FA RK 16-3421 van de rechtbank Den Haag van 25 mei 2016.

De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van betrokkene heeft bij brief van 26 oktober 2016 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 2 december 2016.