Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Aanneming van werk. Aanvang klachttermijn (art. 6:89 BW). Eigen schuld? Aansprakelijkheid…

Hoge Raad, 26 februari 2016

Zaakgegevens

Op 26 februari 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26 februari 2016
Datum publicatie
25 februari 2016
Zaaknummer
15/00072
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. B.T.M. van der Wiel
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:337
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Aanneming van werk. Aanvang klachttermijn (art. 6:89 BW). Eigen schuld? Aansprakelijkheid voor hulppersoon (art. 6:76 BW). Algemene voorwaarden overeengekomen? Verrassingsbeslissing?

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 16 september 2014

    ECLI:NL:GHDHA:2014:2942
  2. Conclusie A-G · 4 december 2015

    ECLI:NL:PHR:2015:2661
  3. Hoge Raad · 26 februari 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:337

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

26 februari 2016

Eerste Kamer

15/00072

LZ/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel,

t e g e n

1. [verweerster 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [verweerder 2] en

3. [verweerster 3],
beiden wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

advocaten: mr. D.M. de Knijff en mr. M.S. van der Keur.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder] c.s.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak C/09/432965/HA ZA 12/1441 van de rechtbank Den Haag van 20 maart 2013 en 30 oktober 2013;

b. de arresten in de zaak 200.141.625/01 van het gerechtshof Den Haag van 18 maart 2014 en 16 september 2014.

De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 16 september 2014 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [eiseres] mede door mr. L.V. van Gardingen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 18 december 2015 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 6.467,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 26 februari 2016.