Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Letselschade na verkeersongeval. Omvang arbeidsvermogensschade van ondernemer.
Hoge Raad, 26 februari 2016
ECLI:NL:HR:2016:338 · Hoge Raad · 26 februari 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2016-338
Zaakgegevens
Op 26 februari 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 februari 2016
- Datum publicatie
- 25 februari 2016
- Zaaknummer
- 15/00193
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.E. Franke
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2016:338
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Letselschade na verkeersongeval. Omvang arbeidsvermogensschade van ondernemer.
Procesgang
Rechtbank Breda · 4 april 2012
ECLI:NL:RBBRE:2012:BW1032Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 12 augustus 2014
ECLI:NL:GHSHE:2014:2782Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 november 2015
ECLI:NL:PHR:2015:2231Hoge Raad · 26 februari 2016deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2016:338
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 30 augustus 2016
ECLI:NL:GHSHE:2016:3780Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 13 december 2016
ECLI:NL:GHSHE:2016:5527Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 2 januari 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:22Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 16 oktober 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:4297Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 22 januari 2019
ECLI:NL:GHSHE:2019:199Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 24 september 2019
ECLI:NL:GHSHE:2019:3479Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 26 mei 2020
ECLI:NL:GHSHE:2020:1628Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 1 september 2020
ECLI:NL:GHSHE:2020:2700
Uitspraak
26 februari 2016
Eerste Kamer
15/00193
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. M.E. Franke,
t e g e n
AMLIN CORPORATE INSURANCE N.V., thans geheten Amlin Europe,
gevestigd te Amstelveen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. R.P.J.L. Tjittes en mr. L. van den Eshof.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Amlin.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 132551/HA ZA 04-786 van de rechtbank Breda van 15 september 2004, 22 februari 2006, 28 juni 2006, 27 mei 2009, 29 juli 2009, 21 oktober 2009 en 4 april 2012;
b. het arrest in de zaak HD 200.113.730/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 12 augustus 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Amlin heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres] zolang geen op schrift gestelde rechterlijke beslissing waarbij tussentijds cassatieberoep wordt opengesteld voorhanden is; wanneer zo'n beslissing alsnog wordt afgegeven tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 27 november 2015 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Amlin begroot op € 6.467,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 26 februari 2016.