Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Wanprestatie koopovereenkomst met betrekking tot woning. Oordeel dat naast…
Hoge Raad, 11 maart 2016
ECLI:NL:HR:2016:397 · Hoge Raad · 11 maart 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2016-397
Zaakgegevens
Op 11 maart 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 maart 2016
- Datum publicatie
- 11 maart 2016
- Zaaknummer
- 15/00237
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.P.J.L. Tjittes
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2016:397
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Wanprestatie koopovereenkomst met betrekking tot woning. Oordeel dat naast contractuele boete ook schadevergoeding is gevorderd; onbegrijpelijke uitleg gedingstukken?
Procesgang
Uitspraak · 2014
ECLI:NL:GHARL:2014:7673Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 december 2015
ECLI:NL:PHR:2015:2665Hoge Raad · 11 maart 2016deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2016:397
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
11 maart 2016
Eerste Kamer
15/00237
EE/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. R.P.J.L. Tjittes,
t e g e n
1. [verweerder 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [verweerster 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerders]
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaken 518495 CV 10-13394 en 548550 CV 11-4951 van de kantonrechter te Zwolle-Lelystad van 2 maart 2011, 13 april 2011, 8 juni 2011 en 27 juli 2011;
b. de arresten in de zaak 200.099.571/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 december 2013 en 7 oktober 2014.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerders] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 4 januari 2016 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 11 maart 2016.