Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Uitleg testament; fideïcommis de residuo; aan wie komt de eerst na het overlijden…
Hoge Raad, 15 januari 2016
ECLI:NL:HR:2016:47 · Hoge Raad · 15 januari 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2016-47
Zaakgegevens
Op 15 januari 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 januari 2016
- Datum publicatie
- 14 januari 2016
- Zaaknummer
- 14/05018
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2016:47
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Uitleg testament; fideïcommis de residuo; aan wie komt de eerst na het overlijden van de bezwaarde opeisbaar geworden rente toe? Art. 4:138 BW.
Procesgang
Uitspraak · 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:2521Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 november 2015
ECLI:NL:PHR:2015:2493Hoge Raad · 15 januari 2016deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2016:47
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
15 januari 2016
Eerste Kamer
14/05018
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres] , als rechtsopvolger onder algemene titel van [betrokkene 1] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
EISERES tot cassatie,
advocaten: mr. P.J.L.J. Duijsens en mr. D.Th.J. van der Klei,
t e g e n
STICHTING VRIENDEN VAN SHERPA ,
gevestigd te Utrecht ,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. R.L. Bakels en mr. A. van Staden ten Brink.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Stichting vrienden van Sherpa .
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 495403/HA ZA 11-2201 van de rechtbank Amsterdam van 9 november 2011 en 4 april 2012;
b. het arrest in de zaak 200.114.486/01 van het gerechtshof Amsterdam van 1 juli 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Stichting vrienden van Sherpa heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 20 november 2015 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Stichting Vrienden van Sherpa begroot op € 6.467,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 15 januari 2016.