Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Huwelijksvermogensrecht. Huwelijkse voorwaarden met periodiek verrekenbeding…
Hoge Raad, 22 april 2016
ECLI:NL:HR:2016:722 · Hoge Raad · 22 april 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2016-722
Zaakgegevens
Op 22 april 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 april 2016
- Datum publicatie
- 22 april 2016
- Zaaknummer
- 15/01706
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J van Duijvendijk-Brand, mr. K. Aantjes
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2016:722
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Huwelijksvermogensrecht. Huwelijkse voorwaarden met periodiek verrekenbeding. Vermogensverdeling na echtscheiding. Pensioenverevening. Art. 1:141 en 1:142 BW.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 13 januari 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:123Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 februari 2016
ECLI:NL:PHR:2016:32Hoge Raad · 22 april 2016deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2016:722
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
22 april 2016
Eerste Kamer
15/01706
LZ/RB
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk alsmede onvoorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand,
t e g e n
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie, verzoekster in het voorwaardelijk alsmede onvoorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. K. Aantjes.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak C/14/116348/ES RK 09-1456 van de rechtbank Noord-Holland van 15 september 2011, 5 juli 2012, 20 februari 2013, 9 april 2014 en 11 juni 2014;
b. de beschikkingen in de zaak 200.151.808/01 van het gerechtshof Amsterdam van 23 oktober 2014 en 13 januari 2015.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikkingen van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. De vrouw heeft voorwaardelijk alsmede onvoorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het principaal en incidenteel cassatieberoep.
3 Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale en het incidentele beroep:
verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, G. de Groot, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 22 april 2016.