Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Schade waterschap als gevolg van fraude bij kandidaatstelling…
Hoge Raad, 29 april 2016
ECLI:NL:HR:2016:757 · Hoge Raad · 29 april 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2016-757
Zaakgegevens
Op 29 april 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 april 2016
- Datum publicatie
- 28 april 2016
- Zaaknummer
- 15/00168
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.J.Ph Dietz de Loos, mr. M.W. Scheltema
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2016:757
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Schade waterschap als gevolg van fraude bij kandidaatstelling verkiezing algemeen bestuur (vgl. HR 25 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2310, NJ 2011/139). Exclusiviteit voegingsmogelijkheid in strafproces; uitleg Kiesreglement waterschap; causaal verband.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 16 september 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:3876Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 maart 2016
ECLI:NL:PHR:2016:110Hoge Raad · 29 april 2016deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2016:757
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
29 april 2016
Eerste Kamer
15/00168
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos,
t e g e n
de publiekrechtelijke rechtspersoon HOOGHEEMRAADSCHAP VAN SCHIELAND EN DE KRIMPENERWAARD,
zetelende te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en het Hoogheemraadschap.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 400916 / HA ZA 08-1716 van de rechtbank Amsterdam van 2 december 2009 en 7 april 2010;
b. het arrest in de zaak 200.090.832/01 van het gerechtshof Amsterdam van 16 september 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het Hoogheemraadschap heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 17 maart 2016 op die conclusie gereageerd. Op de eerste twee pagina’s na betreft het een reactie van [eiser] zelf. Voor zover de reactie ook in zoverre moet worden geacht door de advocaat te zijn ingediend, nu deze op diens briefpapier is gesteld en door hem is ondertekend, is deze niettemin terzijde gelegd omdat de inhoud ervan niet is beperkt tot een beknopte reactie op de conclusie.
3 Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Hoogheemraadschap begroot op € 6.467,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 29 april 2016.