Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Schadestaatprocedure na veroordeling wegens onrechtmatige uitlatingen…
Hoge Raad, 29 april 2016
ECLI:NL:HR:2016:761 · Hoge Raad · 29 april 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2016-761
Zaakgegevens
Op 29 april 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 april 2016
- Datum publicatie
- 28 april 2016
- Zaaknummer
- 15/00379
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. K Aantjes, mr. M.W. Scheltema
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2016:761
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Schadestaatprocedure na veroordeling wegens onrechtmatige uitlatingen in TV-reportage. Uitleg vonnis in de hoofdzaak; bindende eindbeslissing? Toetsing omvang schade aan art. 10 EVRM.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 10 september 2013
ECLI:NL:GHAMS:2013:2860Gerechtshof Amsterdam · 21 oktober 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:4329Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 februari 2016
ECLI:NL:PHR:2016:54Hoge Raad · 29 april 2016deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2016:761
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
29 april 2016
Eerste Kamer
15/00379
RM/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
De vereniging met volledige rechtsbevoegdheid AVROTROS (rechtsopvolgster van de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid TROS, mede handelend onder de naam TROS),
gevestigd te Hilversum,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes,
t e g e n
1. [verweerster 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [verweerster 2],
3. [verweerder 3],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Tros en [verweerder] c.s.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 405840/HA ZA 08-2334 van de rechtbank Amsterdam van 31 december 2008, 8 april 2009, 21 oktober 2009 en 29 juni 2011;
b. de arresten in de zaak 200.096.055/01 van het gerechtshof Amsterdam van 10 september 2013 en 21 oktober 2014.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen beide arresten van het hof heeft Tros beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping.
De advocaat van Tros heeft bij brief van 11 maart 2016 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Tros in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 6.467,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, G. de Groot, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 29 april 2016.