Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Invorderingswet. Verzet tegen executie dwangbevelen. Belangenafweging art. 3:4 Awb.

Hoge Raad, 13 mei 2016

Zaakgegevens

Op 13 mei 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 mei 2016
Datum publicatie
12 mei 2016
Zaaknummer
15/01063
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. Y.E.J Geradts, mr. J.W.H. van Wijk
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:835
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Invorderingswet. Verzet tegen executie dwangbevelen. Belangenafweging art. 3:4 Awb.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2014

    ECLI:NL:GHARL:2014:8074
  2. Conclusie A-G · 11 maart 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:115
  3. Hoge Raad · 13 mei 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:835

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

13 mei 2016

Eerste Kamer

15/01063

EV/LZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [eiseres 1],
wonende te [woonplaats],

2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. Y.E.J. Geradts,

t e g e n

DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST RANDMEREN,
kantoorhoudende te Almere,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. J.W.H. van Wijk.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de Ontvanger.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 191060 / HL ZA 11-1018 van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 15 februari 2012 en 5 december 2012;

b. de arresten in de zaak 200.128.828/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 mei 2013 en 21 oktober 2014.

De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 21 oktober 2014 hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Ontvanger heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Ontvanger mede door mr. M.H.K. Jansen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 24 maart 2016 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Ontvanger begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 13 mei 2016.