Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Huur kantoorpand; verhaal op verhuurder van door huurder gemaakte kosten van herstel van…
Hoge Raad, 2 juni 2017
ECLI:NL:HR:2017:1007 · Hoge Raad · 2 juni 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-1007
Zaakgegevens
Op 2 juni 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 juni 2017
- Datum publicatie
- 1 juni 2017
- Zaaknummer
- 16/02403
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.J van Basten Batenburg, mr. E.M. Tjon-En-Fa
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:1007
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Huur kantoorpand; verhaal op verhuurder van door huurder gemaakte kosten van herstel van gebreken; verzuim als bedoeld in art. 7:206 BW? Huurprijsvermindering; substantiële vermindering van het huurgenot (art. 7:207 BW)? Beroep op berusting?
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 28 januari 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:219Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 maart 2017
ECLI:NL:PHR:2017:281Hoge Raad · 2 juni 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:1007
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
2 juni 2017
Eerste Kamer
16/02403
TT/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
BELEGGINGS- EN EXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ NIEUWBUREN B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg,
t e g e n
D.E.M. MANAGEMENT SERVICES B.V.,
gevestigd te Haarlem,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. E.M. Tjon-En-Fa.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Nieuwburen en DEM.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 449808/CV EXPL 09-15232 van de kantonrechter te Haarlem van 26 mei 2011;
b. de arresten in de zaak 200.093.267/01 van het gerechtshof Amsterdam van 28 januari 2014 en 8 december 2015.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft Nieuwburen beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
DEM heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3 Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Nieuwburen in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van DEM begroot op € 6.590,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 2 juni 2017.