Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Bank- en effectenrecht. Beleggingsadviesrelatie tussen bank en belegger. Toerekenbare…
Hoge Raad, 27 januari 2017
ECLI:NL:HR:2017:107 · Hoge Raad · 27 januari 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-107
Zaakgegevens
Op 27 januari 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 januari 2017
- Datum publicatie
- 27 januari 2017
- Zaaknummer
- 15/04402
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:107
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Bank- en effectenrecht. Beleggingsadviesrelatie tussen bank en belegger. Toerekenbare tekortkoming van de bank door advisering van de belegger in strijd met de zorgplicht van de bank. Beroep van de bank op eigen schuld van de belegger (art. 6:101 BW).
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 8 april 2014
ECLI:NL:GHDHA:2014:1110Gerechtshof Den Haag · 9 juni 2015
ECLI:NL:GHDHA:2015:1283Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 november 2016
ECLI:NL:PHR:2016:1165Hoge Raad · 27 januari 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:107
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
27 januari 2017
Eerste Kamer
15/04402
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
STAALBANKIERS N.V.,
gevestigd te Den Haag,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk,
t e g e n
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
3. [verweerster 3],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaten: mr. R.P.J.L. Tjittes en mr. J.W. de Jong.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Staalbankiers en [verweerders]
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 369007/HA ZA 10-2175 van de rechtbank te 's-Gravenhage van 13 oktober 2010 en 4 mei 2011;
b. de arresten in de zaak 200.091.476/01 van het gerechtshof Den Haag van 1 oktober 2013, 8 april 2014 en 9 juni 2015.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft Staalbankiers beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerders] hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Staalbankiers mede door mr. D. Vlasblom.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Staalbankiers in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 27 januari 2017.