Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. BOPZ. Machtiging tot voortgezet verblijf na conversie voorwaardelijke machtiging in…

Hoge Raad, 16 juni 2017

Zaakgegevens

Op 16 juni 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 juni 2017
Datum publicatie
16 juni 2017
Zaaknummer
17/00776
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. M.E. Bruning
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:1109
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. BOPZ. Machtiging tot voortgezet verblijf na conversie voorwaardelijke machtiging in voorlopige machtiging. Samenhang met 16/06239.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 3 mei 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:460
  2. Hoge Raad · 16 juni 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:1109

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

16 juni 2017

Eerste Kamer

17/00776

LZ/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[betrokkene],
wonende te [woonplaats] en thans verblijvende te [plaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. M.E. Bruning,

t e g e n

de OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT OOST-NEDERLAND,
zetelende te Zwolle,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.

1 Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/08/193473/FA RK 16-2670 van de rechtbank Overijssel van 17 november 2016.

De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van betrokkene heeft bij brief van 17 mei 2017 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, G. de Groot en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 16 juni 2017.