Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Kort geding tot opheffing van conservatoire beslagen die zijn gelegd op basis van Albanees…
Hoge Raad, 23 juni 2017
ECLI:NL:HR:2017:1141 · Hoge Raad · 23 juni 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-1141
Zaakgegevens
Op 23 juni 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 juni 2017
- Datum publicatie
- 22 juni 2017
- Zaaknummer
- 16/02618
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.W.H van Wijk, mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:1141
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Kort geding tot opheffing van conservatoire beslagen die zijn gelegd op basis van Albanees vonnis, waarover bodemprocedure op de voet van art. 431 Rv aanhangig is. Voorwaarden te stellen aan bankgarantie. Verplichting tot het stellen van een contragarantie? Aansluiting bij stelsel van Brussel I-Verordening?
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 9 februari 2016
ECLI:NL:GHDHA:2016:280Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 mei 2017
ECLI:NL:PHR:2017:426Hoge Raad · 23 juni 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:1141
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
23 juni 2017
Eerste Kamer
16/02618
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
ALBANIABEG AMBIENT SH.P.K.,
gevestigd te Tirana, Albanië,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J.W.H. van Wijk,
t e g e n
1. ENEL S.P.A.,
gevestigd te Rome, Italië,
2. ENELPOWER S.P.A.,
gevestigd te Milaan, Italië,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
Eiseres zal hierna ook worden aangeduid als ABA en verweersters als Enel c.s.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaken C/09/467486/KG ZA 14-688, C/09/471784/KG ZA 14-982 en C/09/474275/KG ZA 14-1146 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 1 juli 2014, 18 september 2014 en 11 november 2014;
b. het arrest in de zaken 200.153.850, 200.158.362 en 200.160.286 van het gerechtshof Den Haag van 9 februari 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft ABA beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Enel c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor ABA mede door mr. G.C. Nieuwland en voor Enel c.s. mede door mr. J.B. van de Velden.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van ABA heeft bij brief van 29 mei 2017 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt ABA in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Enel c.s. begroot op € 856,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. de Groot, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 23 juni 2017.