Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Samenloop gebouwenverzekering en CAR-verzekering. Is schade na…
Hoge Raad, 23 juni 2017
ECLI:NL:HR:2017:1156 · Hoge Raad · 23 juni 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-1156
Zaakgegevens
Op 23 juni 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 juni 2017
- Datum publicatie
- 22 juni 2017
- Zaaknummer
- 16/02996
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. K. Teuben
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:1156
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Samenloop gebouwenverzekering en CAR-verzekering. Is schade na verbouwing ziekenhuis die onder de gebouwenverzekering is vergoed, tevens gedekt door de CAR-verzekering? Is een onderhoudstermijn overeengekomen?
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 23 februari 2016
ECLI:NL:GHAMS:2016:634Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 april 2017
ECLI:NL:PHR:2017:416Hoge Raad · 23 juni 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:1156
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
23 juni 2017
Eerste Kamer
16/02996
RM/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. de vennootschap naar buitenlands recht CHUBB INSURANCE COMPANY OF EUROPE S.E.,
gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,
2. de vennootschap naar buitenlands recht ALLIANZ BENELUX N.V. (voorheen Allianz Nederland Schadeverzekering N.V.),
gevestigd te Brussel, België,
3. HDI-GERLING VERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Rotterdam,
4. de vennootschap naar buitenlands recht AIG EUROPE LIMITED (voorheen AIG Europe Netherlands N.V),
gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,
5. de vennootschap naar buitenlands recht ACE EUROPEAN GROUP LIMITED,
gevestigd te London, Verenigd Koninkrijk,
6. NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.,
gevestigd te ’s-Gravenhage,
7. DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERING N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
8. ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Apeldoorn,
EISERESSEN tot cassatie,
advocaat: mr. K. Teuben,
t e g e n
1. AMLIN EUROPE N.V. (voorheen Amlin Corporate Insurance N.V.),
gevestigd te Amstelveen,
2. DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERINGEN N.V. (als rechtsopvolgster van Praevenio Technische Verzekeringen B.V.),
gevestigd te Amsterdam,
3. HDI-GERLING VERZEKERINGEN N.V. (voorheen Nassau Verzekering Maatschappij N.V.),
gevestigd te Rotterdam,
4. de vennootschap naar buitenlands recht ACE EUROPEAN GROUP LIMITED (voorheen Ace Insurance N.V.),
gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,
5. de vennootschap naar buitenlands recht ALLIANZ BENELUX N.V. (voorheen Allianz Nederland Schadeverzekering N.V.),
gevestigd te Brussel, België,
6. HDI-GERLING VERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Rotterdam,
7. ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Apeldoorn,
8. SOMPO JAPAN CANOPIUS B.V. (voorheen genaamd Sompo Japan Nipponkoa Nederland B.V., respectievelijk KSA Verzekeringen B.V., respectievelijk Nateus Nederland B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERDERS in cassatie,
advocaten: mr. D. Rijpma en mr. C.J.A. Seinen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Chubb c.s. en Amlin c.s.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/13/445308 / HA ZA 09-3916 van de rechtbank Amsterdam van 9 juni 2010, 11 januari 2012, 12 september 2012 en 27 augustus 2014;
b. het arrest in de zaak 200.161.268/01 van het gerechtshof Amsterdam van 23 februari 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben Chubb c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Amlin c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Chubb c.s. mede door mr. K.J.O. Jansen. De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Chubb c.s. heeft bij brief van 19 mei 2017 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Chubb c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Amlin c.s. begroot op € 6.590,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 23 juni 2017.