Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Gestelde beroepsfouten accountants. Beroep op exoneratiebeding. Eisen jaarrekening. Tijdig…
Hoge Raad, 14 juli 2017
ECLI:NL:HR:2017:1348 · Hoge Raad · 14 juli 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-1348
Zaakgegevens
Op 14 juli 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 juli 2017
- Datum publicatie
- 13 juli 2017
- Zaaknummer
- 16/03713
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.W.M.K. Meijer.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:1348
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Gestelde beroepsfouten accountants. Beroep op exoneratiebeding. Eisen jaarrekening. Tijdig geklaagd?
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 2 juni 2017
ECLI:NL:PHR:2017:482Hoge Raad · 14 juli 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:1348
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
14 juli 2017
Eerste Kamer
16/03713
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaten: mr. R.P.J.L. Tjittes en mr. J.W. de Jong,
t e g e n
KPMG ACCOUNTANTS N.V.,
gevestigd te Amstelveen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.W.M.K. Meijer.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en KPMG.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
-
de vonnissen in de zaak 126220/HA ZA 11-396 van de rechtbank te Groningen van 28 september 2011 en 25 juli 2012;
-
de arresten in de zaak 200.116.212/01 en 200.116.213/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 december 2013 en 15 juli 2014;
c. de arresten in de zaken 200.152.952/01 en 200.152.955/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 13 oktober 2015 en 29 maart 2016.
De arresten van beide hoven zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van 29 maart 2016 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
KPMG heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van [eiseres] hebben bij brief van 16 juni 2017 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van KPMG begroot op € 6.590,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 14 juli 2017.