Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Huur bedrijfsruimte. Opleveringsplicht bij einde huur. Aan huurder toerekenbare vertraging?…
Hoge Raad, 13 oktober 2017
ECLI:NL:HR:2017:2616 · Hoge Raad · 13 oktober 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-2616
Zaakgegevens
Op 13 oktober 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 oktober 2017
- Datum publicatie
- 12 oktober 2017
- Zaaknummer
- 16/04234
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.P. van den Berg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:2616
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Huur bedrijfsruimte. Opleveringsplicht bij einde huur. Aan huurder toerekenbare vertraging? Herstelkosten wegens ondeugdelijke oplevering. Betekenis voorinspectie.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 3 mei 2016
ECLI:NL:GHDHA:2016:1312Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 augustus 2017
ECLI:NL:PHR:2017:1050Hoge Raad · 13 oktober 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:2616
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
13 oktober 2017
Eerste Kamer
16/04234
RM/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
DUBBELVESTE B.V.,
gevestigd te Dordrecht,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J.P. van den Berg,
t e g e n
[verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. D. Rijpma en mr. R.L. Bakels.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Dubbelveste en [verweerster].
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 1369023 CV EXPL 12-38700 van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 26 april 2013 en 23 mei 2014;
b. het arrest in de zaak 200.155.249/01 van het gerechtshof Den Haag van 3 mei 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Dubbelveste beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van Dubbelveste heeft bij brief van 28 augustus 2017 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Dubbelveste in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 6.590,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-Van den Broek op 13 oktober 2017.