Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Wet Bopz. Motivering oordeel dat aan gevaarcriteria is voldaan. Voldoende inspanning…

Hoge Raad, 13 oktober 2017

Zaakgegevens

Op 13 oktober 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 oktober 2017
Datum publicatie
12 oktober 2017
Zaaknummer
17/03394
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. C. Reijntjes-Wendenburg
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:2618
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Wet Bopz. Motivering oordeel dat aan gevaarcriteria is voldaan. Voldoende inspanning deskundige om betrokkene te onderzoeken?

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 30 augustus 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:1052
  2. Hoge Raad · 13 oktober 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:2618

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

13 oktober 2017

Eerste Kamer

17/03394

TT/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[betrokkene] ,
wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. C. Reijntjes-Wendenburg,

t e g e n

OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENTSPARKET AMSTERDAM,
zetelende te Amsterdam,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.

1 Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 626395 / FA RK 17.2023 van de rechtbank Amsterdam van 29 mei 2017.

De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van betrokkene heeft bij brief van 3 september 2017 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 13 oktober 2017.