Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Schadevaring (art. 8:1002 BW). Kan voor schade aan oliedrukkabel, die door dekschuit is…
Hoge Raad, 13 oktober 2017
ECLI:NL:HR:2017:2622 · Hoge Raad · 13 oktober 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-2622
Zaakgegevens
Op 13 oktober 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 oktober 2017
- Datum publicatie
- 13 oktober 2017
- Zaaknummer
- 16/04402
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. C.S.G Janssens, mr. H.J.W. Alt
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:2622
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Schadevaring (art. 8:1002 BW). Kan voor schade aan oliedrukkabel, die door dekschuit is geraakt, vergoeding gevorderd worden door netbeheerder die geen eigenaar van de kabel is? Is de verjaring tijdig gestuit?
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 19 maart 2013
ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ6690Gerechtshof Amsterdam · 24 mei 2016
ECLI:NL:GHAMS:2016:2003Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 1 september 2017
ECLI:NL:PHR:2017:903Hoge Raad · 13 oktober 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:2622
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
13 oktober 2017
Eerste Kamer
16/04402
TT/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. C.S.G. Janssens,
t e g e n
LIANDER N.V.,
gevestigd te Arnhem,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Liander.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 174140/HA ZA 10-1369 van de rechtbank Haarlem van 27 april 2011 en 2 november 2011 en van de rechtbank Noord-Holland van 16 april 2014;
b. de arresten van het gerechtshof Amsterdam van 19 maart 2013 in de zaak 200.103.308/01 en van 24 mei 2016 in de zaak 200.158.844/01.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Liander heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [eiseres] mede door mr. P.E.A. Chao.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 14 september 2017 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Liander begroot op € 6.590,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 13 oktober 2017.