Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Uitleg voorwaarden in koopovereenkomst m.b.t recreatiepark voor…
Hoge Raad, 10 november 2017
ECLI:NL:HR:2017:2845 · Hoge Raad · 10 november 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-2845
Zaakgegevens
Op 10 november 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 november 2017
- Datum publicatie
- 9 november 2017
- Zaaknummer
- 16/05027
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. K Teuben, mr. M. Ynzonides
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:2845
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Uitleg voorwaarden in koopovereenkomst m.b.t recreatiepark voor verschuldigd worden van nabetaling.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 september 2017
ECLI:NL:PHR:2017:936Hoge Raad · 10 november 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:2845
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
10 november 2017
Eerste Kamer
16/05027
TT/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
DROOMPARK BAD HOOPHUIZEN B.V.,
gevestigd te Beekbergen,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. K. Teuben,
t e g e n
1. HOOPHUIZEN B.V.,
gevestigd te Nunspeet,
2. [verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
3. [verweerster 3],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaat: mr. M. Ynzonides.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als DroomPark en Hoophuizen c.s.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/05/253171 van de rechtbank Gelderland van 29 januari 2014 en 23 juli 2014;
b. het arrest in de zaak 200.160.098 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 juni 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft DroomPark beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Hoophuizen c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Hoophuizen c.s. mede door mr. T.A. Waterbolk.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van DroomPark heeft bij brief van 22 september 2017 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt DroomPark in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Hoophuizen c.s. begroot op 856,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 10 november 2017.