Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. BOPZ. Dwangmedicatie. Klachtprocedure (art. 41a Wet Bopz). Toetsing ex nunc en ex tunc…

Hoge Raad, 17 november 2017

Zaakgegevens

Op 17 november 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17 november 2017
Datum publicatie
16 november 2017
Zaaknummer
17/04119
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. G.E.M. Later
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:2894
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. BOPZ. Dwangmedicatie. Klachtprocedure (art. 41a Wet Bopz). Toetsing ex nunc en ex tunc. Samenhang met zaak 17/03993.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 6 oktober 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:1248
  2. Hoge Raad · 17 november 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:2894

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

17 november 2017

Eerste Kamer

17/04119

EV/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[betrokkene],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. G.E.M. Later,

t e g e n

de STICHTING VINCENT VAN GOGH LOCATIE RC VENLO,
gevestigd te Venlo,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de Stichting.

1 Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/03/231582/BZ RK 17/205 van de rechtbank Limburg van 23 mei 2017.

De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Stichting heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van betrokkene heeft bij brief van 27 oktober 2017 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 17 november 2017.