Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Verzoek gedwongen schuldregeling (art. 287a lid 1 Fw). Verklaring als bedoeld in art. 285…
Hoge Raad, 17 november 2017
ECLI:NL:HR:2017:2896 · Hoge Raad · 17 november 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-2896
Zaakgegevens
Op 17 november 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 november 2017
- Datum publicatie
- 16 november 2017
- Zaaknummer
- 17/03582
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.J. van Basten Batenburg.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:2896
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verzoek gedwongen schuldregeling (art. 287a lid 1 Fw). Verklaring als bedoeld in art. 285 lid 1, onder f, Fw niet afgegeven door een in art. 48 lid 1 WCK aangewezen persoon of instantie. Redelijke wetstoepassing?
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 18 juli 2017
ECLI:NL:GHDHA:2017:2411Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 september 2017
ECLI:NL:PHR:2017:1208Hoge Raad · 17 november 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:2896
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
17 november 2017
Eerste Kamer
17/03582
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg.
t e g e n
1. De vennootschap onder firma GELDVOORELKAAR.NL,
gevestigd te Rhenen,
2. De naamloze vennootschap
DE VOLKSBANK N.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en Geldvoorelkaar en De Volksbank.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/09/524537/FT RK 16/2752 van de rechtbank Den Haag van 6 april 2017;
b. het arrest in de zaak 200.214.142/01 van het gerechtshof Den Haag van 18 juli 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Geldvoorelkaar en De Volksbank hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 11 oktober 2017 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer A.H.T. Heisterkamp als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, G. de Groot, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 17 november 2017.